‘Koningin’ van het Soesterkwartier; dienaar van het volk  Interview met Joke Sickmann, september 2016 in kader van mijn onderzoek Historie Heiligenbergerbeekdal 2000-heden Met haar instemming opgenomen in het Collectief geheugen van BurgerwijZ033, oktober 2018. Han Gerlings

Ik ben niet blij met de ‘titel’. Ik ben niet de koningin van de wijk en zo voel ik mij ook niet. Dienaar komt er dichter bij, maar is het ook niet helemaal. De eretitel Koningin wordt mij als eerbetoon door anderen opgeplakt en de bijgedachten bij dit woord (de baas, macht opleggen etc.) zorgen er voor dat deze titel botst met de door mij gewenste rol. Helaas zijn er altijd mensen die daardoor  afstand van mij nemen en mij verdenken van machtsmisbruik.   Maar ik ben gewoon Joke; ik ben trouw aan mijn idealen en trots op mijn kennis en vaardigheden. Ik ben nieuwsgierig,  zie bloemen en geef die water! En als het groeit ……….,  is dat mooi!

Joke Sickmann (84) werd in 1932 geboren in Amsterdam-West. Zij volgde de opleiding cultureel werk aan de sociale academie De Aemstelhorn en later de voortgezette opleiding aan het IVABO (Instituut Voortgezet Agogisch BeroepsOnderwijs), beiden te Amsterdam.

Joke was 5 jaar clubhuisleidster, 6 jaar maatschappelijk- en sociaal-cultureel werker in het woonwagenkamp in Hilversum, 1 jaar vormings-werkster in een ziekenhuis in Hilversum en tenslotte 19 jaar staflid in een buurthuis in Laren (NH), totdat zij met de VUT ging.

In 1991 verhuisde Joke naar Amersfoort en trok in haar huidige woning in het Soesterkwartier. 

Na het volgende hoofdstukje bespreken we hoe de samenwerking tussen Joke en de gemeente in verschillende projecten verliep. 

Wijkgevoel.  Zij kreeg nu tijd voor haar hobby’s. In haar Amsterdamse jaren had zij in Amstelveen als informeel voorzitter meegewerkt aan lokaal historisch onderzoek. Daar rolde zij in, omdat ze toen al bezig was met genealogisch onderzoek naar haar familie in die gemeente. Die hobby pakte zij weer op in Amersfoort. Ik laat haar nu verder aan het woord:  “Ik ontdekte al gauw dat ik niets van het Soesterkwartier wist. En ik ben een nieuwsgierig mens. Toen ik in de krant las dat de gemeente na een proef in Liendert wilde starten met een WBT (wijkbeheerteam) in onze wijk en zocht naar betrokken burgers die in dat team een rol wilden spelen, heb ik een sollicitatiebrief geschreven. Het leek mij leuk om mijn bijdrage te leveren aan de wijk. Het gekke was, dat ik maandenlang geen enkele reactie kreeg op die brief! Later, het zal eind jaren ’90 geweest zijn, las ik in een van de blaadjes dat in het parochiehuis aan de Paulus Borstraat een wijkbijeenkomst zou worden gehouden. De zaal zat bomvol. Er was een man die een gloedvol pleidooi hield voor het plan Puntenburg (nu Van Wittel-plantsoen). Hij kreeg onvoldoende steun, dus ik ging naast hem staan en zei ‘je bent goed bezig, hou vol!’. Het was de man die ik daarna leerde kennen als Daan van Hulst.   Hij heeft zich nadien ook met succes verzet tegen een fietstunnel -met een knik er in- tussen de Snouckaertlaan en de Puntenburgerlaan.

Vóór de rechte en goed verlichte (sociaal veilige) ‘Brouwerstunnel’ zit, na het overlijden van Daan, een steen met zijn devies ‘Maak recht wat krom is’. Ik bewonderde die man omdat hij volhardend streed voor de goede zaak. Weet je wat grappig was? Ik hoorde hem eens tegen een andere bewonderaar zeggen dat ‘iemand’ hem in die parochiezaal had aangemoedigd om dóór te gaan.  Zo werkt dat dus. Daar is mijn engagement met het Soesterkwartier en zijn bewoners ontstaan. Ik heb vanaf die tijd mensen opgezocht die iets wilden aanpakken, of waarvan ik dacht dat zij iets konden doen voor een zaak waarvoor ik mij sterk maakte. Daar ben ik heel vrij in geworden: mensen aanspreken. Daar kom ik zelf verder mee.  Ik ben nog steeds heel blij met de rondleiding van Willem Hamels door de verschillende buurten van het Soesterkwartier en omgeving. Hij nam er alle tijd voor en vertelde me enthousiast wat hij wist en vond van allerlei ontwikkelingen in de wijk.

Joke Sickmann -actief burgerschap- en de gemeente:

Wijkbeheerteam (WBT) Soesterkwartier(1994)

Circa 1994 is de gemeente begonnen met de introductie van zogenaamde WBT’s (Wijkbeheerteams) in enkele  wijken van Amersfoort. Het eerste WBT startte als een pilot in de wijk Liendert. Later volgde het Soesterkwartier. De gemeente had deze WBT’s opgezet volgens een bepaald concept. Er was een overeenkomst gesloten met de verschillende organisaties, die betrokken waren bij de wijken om in samenwerking met burgers in een WBT  met de gemeente te overleggen over de wijk en zich daarvoor in te zetten. De meest eenvoudige omschrijving in die tijd was: het WBT wordt gezien als de oren en de ogen van de buurt. Woningbouwverenigingen, SRO, politie en welzijnswerk leverden ieder een functionaris. Ook de wijkmanager van de gemeente nam zitting in de groep. Een opbouwwerker van de Stichting Welzijn was voorzitter. In het Soesterkwartier was er daarnaast in de Wijkwinkel ook een Meldpunt. Een medewerker van het Meldpunt  (in dienst van de Stichting Welzijn)  nam als notulist deel aan de vergaderingen. Ik had mij ook opgegeven voor het WBT (die brief die maandenlang niet beantwoord was). Een aantal jaren later is ook de toewijzing van de buurtbudgetten onder de hoede van de WBT’s gebracht.  Na de eerste vier jaar ben ik weer uit het WBT vertrokken. Gewoon, omdat in de convenant die iedere bewoner persoonlijk met de gemeente had gesloten en ondertekend, stond dat de bewoners zich voor een periode van vier jaar zouden verbinden. Het was dus tijd voor mij om weer te gaan.

Toen ik tien jaar later weer toetrad tot het WBT, bleek het werk van de WBT’s  op initiatief van de gemeente te zijn geëvalueerd. De situatie was inmiddels geheel veranderd. De professionals namen niet meer deel aan de besprekingen. Alleen de opbouwwerker van de stichting Welzijn was er nog bij.  De spirit van de eerste jaren was er echter al helemaal uit en de WBT’s hadden in de latere tijd niet meer de kracht en inspiratie zoals ik die in de eerste jaren heb meegemaakt. Geleidelijk aan heeft ook de opbouwwerker zich teruggetrokken. Dat ging eerst via de overdracht van de rol van voorzitter van het WBT. Er werd gezegd: het wordt tijd dat nu iemand van de bewoners eens voorzitter wordt. De eerste de beste die zei: “ik wil het wel doen”, kreeg de functie. Ik vond dat jammer, omdat toen eigenlijk onvoldoende is uitgewisseld binnen de groep wat de groep van een voorzitter kan verwachten etc. etc. In die periode was er ook nogal onenigheid binnen het WBT. Naar mijn mening is het proces binnen de groep niet altijd zo heel erg goed bewaakt door de opbouwwerker, hoe goed  hij het ook bedoelde. Het WBT werd een ‘kabbelend’ gebeuren, zeker nadat de opbouwwerker was vertrokken. Hij gaf tenminste nog een beetje leiding aan het WBT. De stichting Welzijn Amersfoort die verantwoordelijk is voor de begeleiding van de WBT’s  is ongeveer in diezelfde tijd  gefuseerd met beweging 3.0.   De naam van de organisatie is  vervolgens veranderd in de naam stichting Welzin. Over het nieuwe beleid van de nieuwe Stichting is weinig en naar mijn mening onvoldoende gecommuniceerd met de burgers die binnen het WBT van het Soesterkwartier actief waren.  De wijkwinkel was inmiddels door de Stichting opgeheven en het beleid veranderde. De opbouwwerker vertrok en de bewoners moesten zich voortaan zelf maar zien te redden. De sociaal werkster die nog in de wijk actief was, riep: “als jullie begeleiding nodig hebben, kan je bij me terecht”, maar op die manier gebracht, hadden we daaraan weinig behoefte. Het vertrouwen was weg.  Het contact met de gemeente bleef echter wel in stand. Dat verliep immers via de wijkmanager. De wijkmanager bezocht in die tijd nog maar incidenteel de vergaderingen van het WBT  en kwam alleen langs als hij nadrukkelijk was uitgenodigd. Als ‘deelnemer’ zag ik het WBT steeds meer inzakken.  Ik vermoed dat het bij WBT’s  in andere wijken niet veel anders is gegaan. Ik ben van plan om dat daar toch nog eens te gaan navragen! Voor mij is dit een voorbeeld van hoe in Amersfoort op het Stadhuis wel meer dingen gaan. Er wordt een plannetje uitgerold door een wethouder, de uitvoering wordt ondersteund en als dan blijkt dat het onvoldoende werkt, wordt er niet gekeken waardoor het mislukte; maar wordt er gewoon weer  een nieuwe organisatie met een nieuwe opdracht in het leven geroepen.  Het huidige WBT anno 2015-2016 voelt zich nu ontkracht en ontmoedigd en heeft zich als overlegorgaan en werkgroep opgeheven. Als stichting en koepel voor een aantal werkgroepen (zoals werkgroep Buurtbudget en Werkgroep Wijkwebsite) bestaat zij nog wel. Dat is toch eigenlijk ontzettend jammer. Het WBT leek een interessant concept. Degenen die dit hebben bedacht, hadden de werkwijze beter moeten evalueren en moeten bijsturen. Te gemakkelijk was aangenomen dat enkele burgers in staat zouden zijn om op deze wijze het roer van een overleggroep voor de hele wijk in eigen hand te nemen.   Als je dan als gemeente en organisatie Welzijn wil veranderen, dan moet je dat samen en in overleg met de betrokkenen doen en ze niet zo maar het bos insturen.

Voor mij heeft deelname in het WBT opgeleverd dat ik een netwerk kreeg van mensen die wat wilden in de wijk, dat ik mij meer kon identificeren met de wijk en ook met veel actieve mensen kennis maakte.   Hoewel ik  over deze gang van zaken  teleurgesteld ben, blijf ik toch  geloven in de kracht van de buurt en omdat ik een ‘terriër’ ben, probeer ik het een volgende keer gewoon weer opnieuw, en dan weer beter! Overigens een aantal functies in de wijk zijn inmiddels overgenomen door de actieve vereniging Duurzaam Soesterkwartier. De doelstelling van die vereniging is natuurlijk wel iets beperkter dan die van de voormalige Werkgroep WBT.

SIESTA (2003) (StichtingIndustrieel Erfgoed in de STad  Amersfoort).  Mijn oude liefde voor cultuurhistorie kreeg in Amersfoort in 2003 een nieuwe impuls toen de oude portierswoning van de Wagenwerkplaats, Soesterweg 2 (pal tegenover de nieuwe Stationsuitgang Amersfoort Noord) werd gesloopt. Bewoners van het Soesterkwartier hadden zich daartegen wel verzet, maar ze waren te laat om via de wettelijke mogelijkheden gedaan te krijgen dat de sloopvergunning werd ingetrokken.  Ik ben toen gaan uitzoeken hoe de zaken er voor stonden bij de andere gebouwen van de Wagenwerkplaats. De werkplaats was in 2000 gesloten. Ik ontdekte dat ook verder op de werkplaats  een aantal gebouwen zou worden gesloopt en voor die reddingsactie waren we gelukkig nog wel op tijd. De allereerste actie was wel die van het indienen van een Burgerinitiatief in de gemeenteraad om aandacht te vragen voor de Wagenwerkplaats. Om ook wettelijk voor een belang op te komen is het belangrijk om een rechtspersoon op te richten. In dit geval een stichting. De dreigende sloop  heeft geleid tot de actie om binnen enkele dagen Siesta op te richten. Toen die stichting was opgericht, hebben we meteen een verzoek ingediend bij de minister om de gebouwen van de Wagenwerkplaats op de Rijksmonumentenlijst te krijgen. Vanaf het moment dat zo’n verzoek is ingediend, rust er namelijk –wettelijk gezien– het recht van voorbescherming op de gebouwen in kwestie. (Overigens, tegenwoordig is  de wetgeving op het gebied van Monumentenzorg al weer veranderd, dus zo simpel als toen, is het tegenwoordig helaas al lang niet meer.)

Wat betreft Siesta. Ik heb er goed over nagedacht welke kennis er nodig is om deze bijzondere gebouwen te redden en wat je moet ondernemen om zo iets tot stand te brengen, en welke mensen je het beste daarbij om hulp zou kunnen vragen.  Op 10 oktober 2003 was de stichting een feit. Enkele bestuursleden waren: Harry Witte (oud-secretaris van de Kamer van Koophandel), Joop Gras (gynaecoloog) en Henk van der Lee (die bij Akzo had gewerkt). Ikzelf werd de eerste voorzitter. Ik zocht contact met USINE (provinciale stichting voor industrieel erfgoed in Utrecht) en met FIEN (Federatie Industrieel Erfgoed Neder-land) en haalde overal informatie, kennis en voorbeelden van visie vandaan.  In die tijd was er ook veel publiciteit over het zogenaamde Emscherpark in het Roergebied. Nieuwsgierig als ik ben, keek ik steeds wat ik elders aan nieuwe inzichten kon weghalen. In Tilburg bleek ook een wagenwerkplaats te zijn, waar kunstenaars iets mee wilden doen. Ik reisde af naar Tilburg om daar een paar publieksbijeenkomsten mee te maken.  Zo werd ik in vrij korte tijd behoorlijk deskundig. Ik ontmoette Max Cramer van de toenmalige gemeentelijke dienst  monumentenzorg. We deelden de liefde voor mooie gebouwen. Siesta inventariseerde Amersfoortse gebouwen van Industrieel Erfgoed en in 2005 hebben Tjeerd Jansen (fotograaf) en Michiel Kruidenier (architectuurhistoricus en secretaris van Siesta) daar een schitterend boek over gemaakt ‘Amersfoort en de Industrie’. Flehite wijdde nog een tijdelijke foto expositie aan het onderwerp. Pas na de sloop van de portierswoning heb ik  het complex van de Wagenwerkplaats leren kennen. Ik was  voor die tijd was nog nooit op het terrein geweest. Samen met een Soesterkwartierder ben ik het terrein op geslopen om daar eens rond te gaan kijken.  Ik was helemaal verbluft van de schoonheid van dit gebied. Een hele nieuwe wereld ging daar voor mij open. Siesta bleek een prima ‘voertuig’ om de Wagenwerkplaats te redden.  Daarbij hadden we  ook nog ‘geluk’, want net nadat we de aanvraag voor de status van rijksmonument hadden ingediend, heeft de minister bepaald dat er geen aanvragen meer mogen worden ingediend; nieuwe aanwijzingen zijn nu alleen nog mogelijk op eigen initiatief van de minister.  Andere successen van Siesta: door bemiddeling van Siesta heeft BOEI, (nationale maatschappij tot behoud, ontwikkeling en exploitatie van industrieel erfgoed, het complex Rohm & Haas aan de Kleine Koppel gekocht. De gemeente Amersfoort was al eigenaar van het pompstationnetje aan de Kwekersweg, maar mede door de bemoeienis van Siesta is het op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst.  Henk van der Lee was mijn maatje bij Siesta en hij heeft vooral onze aandacht gevestigd op wat er aan de Eem te gebeuren stond.  De gemeente Amersfoort waardeerde het werk dat we vanuit Siesta hebben verzet. Je moet er ook rekening mee houden dat Amersfoort een prachtige oude binnenstad heeft. Door al de aandacht voor de oude stad was de plaatselijke  belangstelling voor het Industriële erfgoed en de bijzondere geschiedenis van dat erfgoed niet zo heel erg groot. Daar heeft Siesta verandering in weten te brengen. En daarmee is ook de sociale geschiedenis van de arbeiders van onze stad veel meer onder de aandacht gebracht. Dat bracht  ook een nieuwe erkenning voor de wijk Soesterkwartier met zich mee. Dit facet van onze mooie stad krijgt nu veel méér aandacht dan voorheen. Maar helaas zijn er ook veel bijzondere oude gebouwen gesloopt. Denk bijvoorbeeld aan het Abattoir en de gebouwen van de Cova in de tijd vóór Siesta, en daarna nog het Spijkertje aan  de Eem.

In onze contacten met de gemeente kwamen we Max Cramer, architectuur-historicus en hoofd monumentenzorg, tegen. Als vakman werkte hij vanuit zijn vakgebied, wij vanuit onze betrokkenheid bij industrieel erfgoed. Hij begreep waar wij warm voor liepen. Hij kon onderbouwen waarom een gebouw behoudenswaardig is. Dat heeft ons goed geholpen. Ik denk dat het zo was: toen Siesta  in het begin nogal veel aanvragen tot behoud instuurde, wisten ze in het stadhuis niet zo goed wat zij daarmee aan moesten. Ik denk dat Max Cramer als eerste degene is geweest die aan de wethouder de suggestie heeft aangereikt om samen met Siesta een Conferentie te houden over Industrieel Erfgoed aan de Eem.

Een goede ambtenaar is in staat om  goeie initiatieven vanuit de burgerij op te pikken en te vertalen naar voorstellen waarmee het stadsbestuur uit de voeten kan. Dat is co-creatie ‘avant la lettre’.

Na tien jaar voorzitterschap was mijn pioniersrol wel uitgespeeld. Toen ik in 2013 uit het bestuur vertrok, ontving ik de Jorispenning van de gemeente Amersfoort.  Eerder, tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van de gemeente Amersfoort in 2005 , kreeg ik uit handen van burgemeester Albertine van Vliet de Amersfoortse ‘aanmoedigingsprijs’ voor mijn inzet voor de  Wagenwerkplaats.

De Signaaltrofee 2005, vervaardigd door Theo van derHoeven; de ‘kop’ op de vuurtoren, die bestaat uit de lantaarn van de OLVrouwetoren met het ‘traptorentje’= Jezus.

En om het overzicht van de maatschappelijke erkenning compleet te maken: de burgemeester speldde mij in 2009 de versierselen van de Ridderorde van Oranje Nassau op. En koningin Beatrix deed hetzelfde in  2011 met de Zilveren Anjer, een cultuurprijs vanwege de verdiensten voor het behoud van cultureel erfgoed.  Die onderscheidingen,  ach het hoeft voor mij allemaal niet zo. Maar ik vind het wel ontzettend leuk. Ik doe deze dingen toch vooral omdat ik het zelf belangrijk vind en er plezier aan beleef!

 

————————————————————————————————————————————–



Wagenwerkplaats (2003 – heden) 

Achteraf onderscheid ik verschillende fases in het proces:

1.De Schone Slaapster wakker gekust (2003-2006)                                                                    

Een wijkbewoner vertelde mij dat er een groepje wijkbewoners bezig was om de portierswoning van de Wagenwerkplaats te behouden. Hij vroeg me of ik eens met hen wilde praten.  Ik  heb toen een van hun bijeenkomsten bijgewoond. Ik merkte dat toen zij hun rechtszaak hadden verloren en er achteraf  geen gat meer in zagen, dat zij hun actie als ’verloren’ beschouwden en teleurgesteld afdropen. Zij hadden ook geen oog voor de Wagenwerkplaats als geheel.  Achteraf zag ik de dreigende sloop van de portierswoning als de eerste dominosteen, waarna later de rest zou gaan volgen. De eerstvolgende stap was dat ik naar het  stadhuis ging om bij Bouwzaken na te gaan of er nog meer sloopvergunningen voor het complex Wagenwerkplaats waren afgegeven. Ik bekeek de bouwverordening en zag dat (in die tijd nog) de regel was opgenomen in de verordening dat als binnen een jaar na de afgifte van een sloopvergunning, de sloop nog niet was uitgevoerd, alleen de burgemeester de bevoegdheid heeft om de sloopvergunning in te trekken. Dus ik stuurde een brandbrief naar de burgemeester.  Ik bedacht dat daarnaast een onderzoek naar de erfgoedwaarde van het Wagenwerkplaatscomplex  noodzakelijk was omdat dat voor mij de enige mogelijkheid leek om in de toekomst de gebouwen van de Wagenwerkplaats veilig te kunnen stellen. Raadslid Mirjam Barendregt wees mij toevallig in die zelfde periode  op de (nieuwe) mogelijkheid om een burgerinitiatief in te dienen. In dat eerste burgerinitiatief  verzoek ik de gemeenteraad om opdracht te geven tot een  waardeonderzoek naar de erfgoedwaarde van de Wagenwerkplaats. In de commissievergadering waarin dat burgerinitiatief werd besproken, merkte ik al aan hun lichaamstaal, dat de twee daar aanwezige wethouders zo’n onderzoek ontraadden. Gelukkig verlangden de raadsleden dat dat onderzoek er wél zou komen. Daarna was het fijn dat Max Cramer adviseerde om dat onderzoek te laten uitvoeren door Usine (zie p. 5). Daar is de eerste dominosteen gevallen in een ‘omgekeerd sloopproces’:  een opbouwproces, dat leidde tot het behoud en hergebruik van het Wagenwerkplaatscomplex. En dat positieve proces van omvallende dominostenen tikt nog steeds door. (Van het een komt het ander.) Terwijl het onderzoek van USINE gaande was, vond ik enkele deskundige Soesterkwartierders bereid om met mij na te denken over de gewenste toekomst van de Wagenwerkplaats. We noemden ons de werkgroep ‘De schone slaapster’. We hebben haar (ik bedoel daarmee de Wagen-werkplaats) wakker gekust. 

2.  Werkgroep Verkenningen Wagenwerkplaats (2006-2008)      

Het USINE-rapport maakte het voor de gemeente duidelijk dat de Wagenwerkplaats potenties had:

Wagenwerkplaats NS te Amersfoort, rapport in opdracht van de gemeente Amersfoort, opgesteld door USINE (UtrechtseStichting tot behoud van INdustrieel Erfgoed), Utrecht, 7 januari 2004 (Inventarisatie, aanzet tot waardestelling en perspectieven voor behoud).

USINE bundelde drie deelrapporten:                                                                                                                                            

1.Cultuurhistorische en waarderende beschrijving van het Wagenbedrijf Amersfoort, door Kees Volkers, freelance onderzoeker voor de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Slotconclusie: Het complex van het Wagen-bedrijf Amersfoort vertegenwoordigt een bijzondere vorm van industrieel erfgoed, met een aanzienlijke monu-mentale waarde, gelegen op een bijzondere plek. En er liggen zeker kansen voor behoud en hergebruik van het complex en voor inpassing van dit bijzondere erfgoed in toekomstige ontwikkelingen.                                                                                                                                                                                        

2.Rapportage voormalig Wagenbedrijf NS te Amersfoort, onderzoek naar de historische waarden van de ijzer- en staalconstructies van enkele gebouwen van het Wagenbedrijf te Amersfoort, uitgevoerd door 3 leden van de Werkgroep Gebouwen van de Commissie Erfgoed in IJzer en Staal van de vereniging Bouwen met Staal.  Conclusie: Het voormalig Wagenbedrijf Amersfoort vormt een belangwekkend complex utilitaire gebouwen, waarin de ontwikkelingsgeschiedenis van het bouwen omstreeks en kort na 1900 met ijzer en staal op representatieve wijze wordt weergegeven. Zij doen ook aanbevelingen voor onderhoud en hergebruik                                                                                                                         

3.Notitie van A.Boon, directeur van BOEI (Nationale Maatschappij tot Behoud, Ontwikkeling en Exploitatie van Industrieel Erfgoed B.V.) Conclusie:  Het is van belang aan te sturen op een herbestemming die de gebouwen zoveel mogelijk in tact laat…BOEI heeft veel ervaring opgedaan in het nadenken over herbestemmingsopties en het daarbij vinden van een geschikt gebruiker. Boei houdt een database bij van bedrijven en instellingen die dergelijke ruimtes zoeken. Het is de ervaring dat een dergelijk grootschalige gebouw ‘actief in de markt gezet’ moet worden.                                                                                                                                                                                                                                           

Op grond van deze conclusies formuleert USINE dat we hier te maken hebben met een complex van grote waarde, dat het verdient om daarvoor de status van Rijksmonument aan te vragen. USINE adviseert de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en de eigenaar NS-Vastgoed om nader onderzoek te doen naar het belang van het complex in landelijk opzicht, zowel in architectonisch als in bouwhistorisch en bouwkundig opzicht.

Het was duidelijk dat een nadere verkenning van de mogelijkheden gewenst was. Een paar ambtenaren, een aantal mensen van de werkgroep De Schone Slaapster zochten contact met Habiforum, kennisnetwerk van en voor professionals in de ruimtelijke ordening en gebiedsontwikkeling. Habiforum leverde een procesbegeleider en investeerde een deel van zijn subsidie in het begeleiden van een Werkgroep Verkenningen. Helaas was de NS op dat moment niet geïnteresseerd en ging niet in op de uitnodiging om mee te doen. Het boek ‘Het wonder van de Wagenwerkplaats’ geeft een mooi overzicht van de activiteiten in deze tweede fase; en beschrijft zelfs nog de overgang naar de derde fase.

Het wonder van de Wagenwerkplaats, succesvolle gebiedsontwikkeling door publieke, private en particuliere partijen in Amersfoort; door Cees Anton de Vries en Josje Kuenen, uitgegeven na april 2008, uitgever: Habiforum, kennisnetwerk van professionals in R.O. (van 1999 – 2009)                                                                                                                                                                           

Het boek beschrijft hoe de samenwerking van verschillende partijen tot stand kwam en tot resultaat heeft geleid. De gedeelde visie, de initiatieven die elkaar versterken en de methode die daaraan ten grondslag lag, kunnen dienen als leidraad voor andere gebiedsontwikkelingsprojecten.

De samenwerkende partijen zijn grofweg particulieren (burgers), publiek (overheid), privaat (grond-eigenaar, ondernemers) en proces(begeleider); de 4 P‘s                                                                                                                                                

De burgers hadden er voor gezorgd dat het gebied onder de aandacht werd gebracht en dat het Wagenwerkplaatscomplex uiteindelijk werd beschouwd als cultureel erfgoed. De tweede partij de gemeente Amersfoort die het burgerinitiatief heeft gesteund en heeft meegedacht over herinrichting van het gebied en de burgers en NS betrokken heeft bij de bestemmingsplanontwikkelingen. De NS is de derde partij, de eigenaar van het gebied. De NS heeft besloten om de gebouwen van de Wagenwerkplaats te renoveren en het omliggende gebied in samenspraak met de burgers in te richten. Hiervoor is door de gemeente, de burgerinitiatieven en de NS een gezamenlijke visie opgesteld. Een onafhankelijke procesbegeleider faciliteerde de samenwerking en maakte deze werkbaar.                                                                                                                  

Heino Abrahams, gemeente Amersfoort:  “Op deze wijze van samenwerken ontwerp je plannen die door de samenleving gedragen worden. Dat is heel bevredigend. Ik ben heel trots op wat we bereikt hebben”. “Een succesfactor is de werkwijze van Joke Sickmann. Ze betrekt voortdurend de raadsleden bij wat ze doet, ze haalt ze naar de Werkplaats en zorgt ervoor dat er voortdurend commitment ontstaat. De raad heeft tienduizend euro beschikbaar gesteld na indiening van Jokes burgerinitiatief. Door haar tussenkomst heeft zij de sloop van de loods waarin nu Herik Rail is gevestigd, weten te verhinderen”.                                                                      

Joke Sickmann: “Ons grote geluk was dat er nog geen directe plannen waren voor de Wagenwerkplaats; er waren (nog) geen tegenkrachten. Het terrein lag te wachten. Dat was voldoende om te inspireren”. 

In 2006ging de Werkgroep Verkenningen van start. Joke had een aantal Amersfoorters met een brede maatschappelijke betrokkenheid bij de stad uitgenodigd om mee te doen, de gemeenteambtenaar Heino Abrahams deed mee en zij vonden een wijkbewoner, die planologie doceerde op de Hogeschool Saxion en iemand kende die betrokken was bij Habiforum. Deze organisatie subsidieerde mee in de kosten en leverde een professionele procesbegeleider (Cees Anton de Vries). Zij hielpen elkaar om hun dromen ‘duidelijker’ te maken, door elkaar om beurten deze vier vragen te stellen: 1. Wat vind jij echt belangrijk? 2. Wat zie je dan gebeuren? 3. Wat heb je daarvoor nodig? en 4. Wat ga je nu doen? Zo werden er verschillende dromen met elkaar gedeeld. De leden van de werkgroep  werden enthousiast en wilden verder met hun plannen. Zij realiseerden zich echter dat zij hun enthousiasme moesten zien over te dragen aan NS. Een van de leden van de werkgroep was werkzaam bij Hogeschool Saxion. Hij kon groepen studenten van de studierichting Ruimtelijke Ordening inschakelen. Een eerste groep studenten kwam met een concept voor een creatieve economie. Een tweede groep inventariseerde welke ondernemers interesse hadden in het gebied en hoe er met en tussen die ondernemers kon worden samengewerkt. En een derde groep heeft de opdracht op zich genomen om uit te zoeken op welke wijze de Veerensmederij het beste gerestaureerd en ingezet zou kunnen worden. Dat was namelijk in het belang van Amersfoort, omdat die het Jeugdoperagezelschap Xinix onderdak wilde  brengen in de Veerensmederij. En bovendien wilde de gemeente de provincie interesseren om financieel bij te dragen in de  kosten; en de NS verleiden om ook een duit in het zakje te doen.Intussen hadden zich ook bij NS ontwikkelingen voorgedaan waardoor er weer belangstelling ontstond voor de ontwikkeling van het gehele Wagenwerkplaats-complex.  Het werd tijd om de plannen te presenteren. Er moest verantwoording worden afgelegd aan de gemeenteraad, wat had de Werkgroep gedaan met het geld voor het burgerinitiatief? De gemeente nodigde NS uit voor een publieke presentatie op 3 april 2007.  Er kwamen zo’n zevenhonderd mensen op dit spektakel af. Belangstellende ondernemers, maar ook bewoners uit het Soesterkwartier de hele kunstscene van Amersfoort, woningcorporaties en verenigingen die op zoek waren naar ruimte en niet te vergeten raadsleden. Het werd een bruisend feest. Deze dag bleek een mijlpaal te zijn in de ontwikkeling. Het gedeelde enthousiasme leidde tot een volwassen samenwerking tussen gemeente, burgers en NS. Er werd een gemeenschappelijk Regieteam geformeerd, met een flink aantal onderliggende werkgroepen, die aan de regiegroep rapporteerden. In iedere subgroep waren de private (NS), publieke (gemeente) en particuliere (burgers) vertegenwoordigd. Ieder belangrijk dilemma werd besproken vanuit de gezichtshoeken van deze ‘partijen’, zo mogelijk met hulp van een procesbegeleider. Dit bleek een vruchtbare aanpak te zijn. In april 2008 werd (na bespreking en accordering door de verschillende achterbannen) een gezamenlijk visiedocumentaangenomen. Dat markeert de overgang van de verkenningsfase naar de planvoorbereiding. Het succes is duidelijk zichtbaar. Het visiedocument eindigt met: ‘De komende maanden gaan wij door, om precies te omschrijven  hoe de visie op de Wagenwerkplaats en het ontwikkelend beheer er uit dienen zien’

  

  1. De Regiegroep werkt de plannen uit in een Masterplan voor het Wagenwerkplaatscomplex (2008-2016)

Ieder landschap is een pauzelandschap heeft een verleden en een toekomst. Maar deze derde fase kenmerkt zich door twee ontwikkelingen: een verstandig gebruik maken van de mogelijkheid om eerste aanzetten tot verandering van het landschap in gang te zetten; én het zo goed mogelijk doordenken van hoe het er over een paar jaren moet komen uit te zien. Gekozen is om het gebied te verdelen in drie gebieden (Oost, Midden en West) met verschillende functies en gescheiden ontsluitingswegen voor autoverkeer.  Voetgangers en fietsers kunnen zich vrij door de verschillende gebieden bewegen. Het deel West wordt vooral woongebied. In het Middengebied bevindt zich de concentratie van het beeldbepalende industrieel erfgoed  en in het gebied Oost komen vooral voorzieningen die grote aantallen bezoekers trekken, met een korte verbinding met de Noorduitgang van station Amersfoort aan het Piet Mondriaanplein. Van west naar oost loopt een groene ruggengraat door het gebied, die door de groep Het Groene Spoor verder doorgezet wordt gezien van Bokkeduinen tot Zandfoort aan de Eem. Vanuit die groene ruggengraad komen er vier groene vizieren in zuidelijke richting, waardoor doorkijkjes over de spoorbanen naar het bosrijke Bergkwartier (onderdeel van de Utrechtse Heuvelrug) mogelijk worden. Er zijn enkele zoeklocaties aangegeven waar mogelijk hoogbouw kan worden gerealiseerd, verder zijn de maximale hoogten van gebouwen in het masterplan vastgelegd. Ook is er gekozen om bij de inrichting van het gebied zo goed mogelijk met bouwmaterialen om te gaan en waar mogelijk duurzaam en energieneutraal te bouwen. De vereniging Duurzaam Soesterkwartier is voortdurendbetrokken geweest bij de keuzen die in het masterplan zijn aangegeven. Het Masterplan vormt de basis voorhet bestemmingsplan voor het gebied van de Wagenwerkplaats.

 

Als burger ben ik redelijk tevreden . Het gaat mij er vooral om dat we het allemaal met elkaar doen. De duurzaamheidsvisie is in samenspraak met de wijkbewoners tot stand gekomen. Zij hebben redelijk veel invloed gehad op de inhoud van het masterplan. De werkgroep woonwerkplaats van de vereniging Duurzaam Soesterkwartier is zeer actief geweest. Marco Tavenier, architect woonachtig in het Soesterkwartier, Henri de Gooijer, de sociale goeroe van het Soesterkwartier, Fokke de Jong, voorzitter van de vereniging Duurzaam Soester-kwartier en Heino Abrahams, inmiddels gepensioneerd burger, hebben zich vooral ingezet.

Wij willen dat de Wagenwerkplaats zich ook in de toekomst goed ontwikkelt. Wij staan positief tegenover die toekomst, maar willen de ontwikkeling wel blijven bewaken. Ik ben lid van de vereniging Duurzaam Soesterkwartier en lid van een werkgroep die zich vanuit die vereniging bezighoudt met de Wagenwerkplaats. We kijken niet alleen naar duurzame energie, maar ook naar sociale duurzaamheid. Positieve interactie van bewoners leidt tot een duurzame samenleving, die minder snel zal ontwrichten.

Het belang van de Wagenwerkplaats voor het Soesterkwartier (en vice versa) is historisch gezien duidelijk.  Je neemt het verhaal van het industriële verleden van dit gebied mee naar de toekomst. Het industriële imago van de Wagenwerkplaats zit bij ongeveer een derde van de bewoners in de hoofden en harten. Veel mensen hebben familieleden, die in de Wagenwerkplaats hebben gewerkt. De gevoelens zijn zowel positief als negatief. De komst van de Wagenwerkplaats was het gevolg van de sluiting van werkplaatsen elders. Sommige werkers waren destijds (1904) min of meer  gedwongen om naar Amersfoort te verhuizen om brood op de plank te houden. Na ongeveer honderd jaar is de Wagenwerkplaats uit economische motieven door de NS weer gesloten. Daar zit bij een aantal ex-werknemers ook nog veel pijn.  Er was aanvankelijk veel ongeschoolde arbeid op de Wagenwerkplaats.  Sommige personeelsleden konden geschoold worden door de bedrijfsopleidingen van de Wagenwerkplaats. Het algemene verwachtingspatroon in Amersfoort was, dat de kinderen uit het Soesterkwartier na de lagere school vrijwel niet naar het voortgezet onderwijs zouden doorstromen. Je ging werken. Geen gezeik. Er was in deze wooncultuur  ook een gevoel van verbondenheid ´kom niet aan ons!´ Daarin is inmiddels al veel veranderd. De vereniging Duurzaam Soesterkwartier zou een positieve bijdrage kunnen leveren aan de integratie van verschillende sociale ´lagen´ in de wijk, door mee te sturen in dit proces.

De spoor-identiteit blijft in het Wagenwerkplaatscomplex goed bewaard. Dat is van belang voor de hele stad. Denk aan evenementen in een spoorwegomgeving. De ideale belevenis is: “In dit gebied hebben wij (ik, mijn vader of grootvader) gewerkt.”  Die trots werd niet meer gevoeld in de tijd van De Schone Slaapster, toen de Wagenwerkplaats afgeschermd was door hekken. Die trots moet weer terugkomen. Dit wordt een bijzonder gebied met een beleefbare spoorgeschiedenis. De pijn over de sluiting van de Wagenwerkplaats staat die trots bij sommigen misschien nog wel een beetje  in de weg.

Ik opereer(de) nooit in mijn eentje, ik zoek altijd steun en versterking in een groep, die zich met de materie bezighoudt. Ik betrek de mensen zoveel mogelijk erbij. Als je kijkt naar de drie fasen van ontwikkeling van een nieuw leven voor het Wagenwerkplaatscomplex, valt het op dat zich dat voltrekt  in ‘golven’. Het besef dat de Wagenwerkplaats wakker gekust moest worden, werd ontwikkeld door een groepje wijkbewoners. Door hen werd de gemeente wakker. Daarna kwam de fase van de verkenningen. Daarbij werd de belangstelling van andere instanties, mede ook door de interesse van het landelijke bureau Habiforum ook buiten Amersfoort gewekt. De groep betrokkenen veranderde in die periode ook aanmerkelijk van samenstelling en het doel werd toen bijgesteld. Het waren ook vooral de nieuwkomers in de wijk die meededen,  Toen de golf van verkenning  op zijn hoogtepunt was, werd de NS ook mee-actief. Dan ontstaat er als het ware weer een nieuwe groep met een nieuw doel en dynamiek. Na hard werken met verschillende partijen (de vier p’s) is de blauwdruk voor verdere ontwikkeling van het gebied nu gereed. Hoeveel van die golven zullen er nog komen? Kijk eens hoe de Verkeerstuin reilt en zeilt. Een beetje anarchistische organisatie, maar er nemen nu ook veel gewone Soesterkwartierders aan deel. lk zelf dein nog graag een tijdje mee. Ik hoop te beleven dat de droom, die steeds breder gedragen werd, ook waargemaakt wordt.

Samenwerking van burgers met de gemeente is moeilijk. De gemeente is een ‘veelkoppig monster’, dat in de loop van de jaren (door wisselende politieke samenstelling van de gemeenteraad) van koers verandert en andere prioriteiten stelt. Als ambtenaren en burgers elkaar zien als vijanden, is samenwerking onmogelijk. In het ontwikkelingsproces van herleving van de Wagenwerkplaats zijn er perioden geweest dat de burgers en de gemeente als partners optrokken. Daardoor kon veel worden bereikt.  We hebben het daarbij reusachtig getroffen met Heino Abrahams, een ambtenaar die de gemeente inzet voor moeilijke klussen. Hij kreeg de ruimte om nieuwe wegen te zoeken. Heino is een goede ambtenaar. We werkten met hem samen, ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid. Heino is toegankelijk. We hadden respect voor elkaar. Ieder van ons heeft in de eigen kring de power weten te mobiliseren, die nodig was om deze ontwikkeling mogelijk te maken. Heino was een goede sleutelaar, hij kon binnen het ambtelijke apparaat waar nodig de raderen oliën. Hij bracht rust in de tent. Hij  kreeg van de gemeente de ruimte om deze rol te spelen en hij was ook loyaal naar zijn eigen achterban. Daardoor ontstond een heel mooi voorbeeld van co-creatie.

 

Er is vrijwel geen maatschappelijke sector of burgers nemen initiatief. Dit boekje laat zien hoe dat gaat in Amersfoort in het Soesterkwartier, en hoe overheden en bedrijven daaraan kunnen meewerken. Wat blijkt, is hoe burgerinitiatief het niveau overstijgt van de buurtbarbecue en de kinderspeelplaats, hoewel deze laatste ook een project is van de bewoners in het Soesterkwartier. Daar blijft het echter niet bij een enkel initiatief, maar rolt het verder. Deze bewoners nemen het voortouw in de economische ontwikkeling van hun gebied…    De voortgaande bezuinigingen doen een beroep op de zelfredzaamheid van mensen. Zij kunnen dit als individuen en bedrijven oppakken, en als burger.           Samen nemen zij het initiatief om hiervoor collectieve oplossingen te vinden die niemand uitsluiten. Voorbeeld van zo’n initiatief is het buurtenergiebedrijf in het Soesterkwartier. Nederland kent intussen enkele tientallen buurtenergiebedrijven en het aantal groeit snel. Door zelf te zorgen voor onder andere energie, natuur, zorg of veiligheid, nemen burgers op zich om de waarde van hun woongebied te vergroten. Dat heeft niet alleen betekenis voor hun eigen kwaliteit van leven, maar ook  voor de waarde van alle investeringen in dat gebied. Daarin zitten bijvoorbeeld de pensioenen van particuliere woningbezitters, lokale winkeliers en vele anderen, voor zover pensioenfondsen beleggingen in dat gebied hebben. Zo krijgt burgerinitiatief een geheel andere betekenis. In plaats van consument te zijn van het gebied waarin hij woont, en van producten als zorg en voedsel, gaan burgers daarnaast produceren. Als heel veel burgers dat op heel veel plaatsen gaan doen, dan ontstaat een grote economische en maatschappelijke kracht. Dit boekje laat daarvan niet alleen een sterk voorbeeld zien, maar laat ook zien welke vragen dat oproept over onder meer overheid en democratie. Dit boekje is opgedragen aan de mensen van de Vereniging Duurzaam Soesterkwartier.                                                                                       Castricum, juni 2011, Jurgen van der Heijden.

Idee is dat bewoners aandeelhouders zijn in  de productie van energie, groen, wonen en veel meer. Bewoners van de naastgelegen wijk, het Soesterkwartier, zetten nu stappen in die richting. Voor zichzelf en hun eigen wijk natuurlijk, maar ook om dit straks uit te bouwen met bewoners van de Wagenwerkplaats. Met groenbeheer zijn zij al langer bezig en met de productie van wonen en vooral energie hebben zij een voortvarend begin gemaakt. Zij democratiseren de productie door die in eigen handen te nemen. Dat is een stap richting zelfbestuur die meer democratie brengt dan enkel volksvertegenwoordiging kan brengen.

Op loopafstand van station Amersfoort ligt een gebied van 25 ha dat niet meer in gebruik is, de Wagenwerkplaats. De ontwikkeling van het gebied vindt plaats binnen een bijzondere constructie: de PPPS: Publiek, Privaat, Particuliere Samenwerking. NS-Poort, gemeente en burgers werken hierin nauw samen. Tweewekelijks is er een kleine regiegroep, die de aansturing van het gehele project doet vanuit de PPPS. Resultaten tot nu toe zijn een gemeenschappelijk breed gedragen visie en er is een (concept)masterplan voor de bouw. In de broedplaats worden momenteel twee gebouwen gerestaureerd en volgende stappen staan op het programma. Een aantal gebouwen zijn al verhuurd, waarvan enkele al sinds 2003 Met de gegadigden voor het huren van de overige ruimten is in oktober 2009 een eerste bijeenkomst geweest. Tijdens de ‘Duurzaamheidsdagen’ die in november 2009 zijn gehouden, is nagedacht over mogelijkheden om de Wagenwerkplaats duurzaam te ontwikkelen. Dit evenement leverde een nieuwe impuls aan het burgerinitiatief en leidde mede tot de oprichting van de Vereniging Duurzaam Soesterkwartier. De vereniging heeft een aantal projecten op stapel staan: Straatprojecten energiebesparing (om te beginnen in de Roerstraat), een wijk(wind)molen, zon op school, de woonwerkplaats, de wagenspeelplaats en de al langer bestaande stichting “Het Groene Spoor”.

“Yes, we can”. Wat Obama en andere regeringen niet voor elkaar krijgen, lukt burgers in een PPPS wellicht gemakkelijker, hoopt Van der Heijden. Burgers moeten de oplossing van maatschappelijke problemen niet per definitie overlaten aan de overheden en de politieke partijen. Beleidsmakers zien hoe mensen diensten aan elkaar kunnen leveren die voor de overheid steeds meer onbetaalbaar worden. Wel is (het) zaak om afscheid te nemen van (het primaat van) het zoeken naar oplossingen van problemen door de overheid. Problemen zijn eerst van de mensen dan pas van hun overheid en niet andersom. Democratie is niet alleen je stem uitbrengen, maar is ook het zelf meedoen aan het produceren van wat mensen nodig hebben aan voedsel, energie, natuur, zorg en nog veel meer.                                                                                                                            De gemeente heeft samen met de VNG (programma ‘In actie met de burgers!’) het initiatief tot een experiment met PPPS genomen. Jurgen van der Heijden zet de visie op een PPPS in het geval van de Wagenwerkplaats uiteen en het doel daarvan: waardecreatie. Hij gaat uitvoerig in op de gebruikte methode. In zijn Conclusie stelt hij onder meer “De mensen in het Soesterkwartier redden eerder de monumenten op de Wagenwerkplaats en richtten de Vereniging Duurzaam Soesterkwartier op. Zij zijn niet de enigen in Nederland maar behoren tot de voorlopers. Met instemming haalt hij het boek aan ‘Het Wonder van de Wagenwerkplaats’. Een belangrijke vraag blijft, of dit wonder ook in de toekomst ‘winst’ oplevert voor de PPPS-partners, dus voor de gemeente Amersfoort, voor de NS en voor de burgers en deelnemende bedrijven in de Wagenwerkplaats. Van der Heijden heeft in dit boek inzicht gegeven in dit belangwekkende experiment.

Van der Heijden is mede-auteur van het werkboek ‘Help een burgerinitiatief’ gratis te downloaden bij  www.helpeenburgerinitiatief.nl, hij hielp bij het oprichten van de Vereniging Duurzaam Soesterkwartier en sindsdien met meer buurtcoöperaties elders in Nederland.  ‘Productie door de burger democratischer dan volksvertegenwoordiging’ door Jurgen van der Heijden, in 2011 uitgegeven door uitgeverij Eburon in Delft als paperback (ISBN 978-90-5972-551-5) of als e-book (ISBN 978-90-5972-552-2) te downloaden via www.eburon.nl/productie_door_de_burger_gratis_ebook

 

Wijkmuseum Soesterkwartier (2000…., 2008 – 2015)

1. Sassianen                                                                                                                                                                                 

Het idee van een wijkmuseum was er niet opeens, het groeide langzaam in mijn hoofd. Bij mijn zoektocht naar de geschiedenis van Amersfoort, liep ik aan tegen het bestaan van het volksbuurtje ’t Sasje onder de rook van de gemeentelijke gasfabriek, aan de Eem. Ik wilde daar meer van weten en zocht mensen op die mij er meer over konden vertellen. Jan Wery (oud-ijzerhandelaar) wilde mij een boekje daarover laten schrijven.

Samenstelling en tekstverzorging Joke Sickmann  en Jan Wery

Jan is een interessante man, die heel handig is in het zakendoen. Maar schrijfkwaliteiten heeft hij niet. Zijn vrouw is van herkomst woonwagenbewoonster (dat vind ik leuk, ik bewaar nog goede herinneringen aan mijn werkperiode, 6 jaar, op woonwagenkamp Hilversum en voel me vanuit die tijd betrokken bij de mensen van de wagens!); het gezin Wery woont nu in het woonwagenkampje op de Berg, aan de De Genestetlaan.  Ik vond het wel een leuk idee om Jan te helpen met het maken van zijn boek. Hij liet me foto’s van ‘t Sasje zien en vertelde me wat er op de foto’s  te zien is en dat leidde dan weer tot vragen en verhalen, die ik daarna  in zijn woorden opschreef. Al schrijvende kreeg ik meer inzicht in de wereld van ’t Sasje. Het lukte Jan om de Sassianen nog meer te interesseren voor het maken van een herinneringsboek over hun bijzondere buurtje. We kregen steeds meer foto’s en daarmee ook de nodige nieuwe  teksten.  Het maken van het boekje liep parallel met het idee van het comité van het Sasje om een reünie voor de Sassianen te organiseren. Die reünie vond plaats op 30 december 2000 in Speeltuin Soesterkwartier aan de Noorderwierweg. Rob Lampe (Sjef Bode) en Arie Heijmen (Chef Bode) waren daar ook uitgenodigd. In diezelfde  tijd hadden zij  namelijk samen een heel populaire smartlap geschreven  over het Sasje . Voor de mensen van ’t Sasje was ik een hulpje (secretaresse) voor het afhandelen van de noodzakelijke officiële procedures richting Stadhuis. Ik schreef  in hun opdracht de  brieven voor ze. Zelf hadden ze al wel de nodige contacten daar. Communicatieambtenaar Loek van Hasselt was voor hen “de wethouder”.  In die tijd groeide ook de wens bij het comité om een blijvende en zichtbare herinnering tot stand te brengen  aan het voormalige  buurtje aan de Eem. ‘Het moet een  eerbetoon aan onze ouders  worden; onze ouders die zo hard voor ons gewerkt hebben’, dat was de slogan.  Het Sasje was het eerste arbeidersbuurtje buiten het oude centrum van Amersfoort. Het ontstond  in 1870. Huisjesmelkers bouwden daar heel eenvoudige huisjes. Daar kwamen mensen te wonen met beroepen in de marge van de samenleving. De wijk Soesterkwartier was er in die tijd nog niet. De reünisten lapten geld voor een beeld, de gemeente en bedrijven deden ook mee. We vonden in Laren (NH, waar ik vroeger gewerkt heb) een kunstenaar, Marianne Houtkamp, die het gevoel van de Sassianen zo wist te verbeelden in haar beeld,  dat dit gevoel voor hen herkenbaar werd. Omdat de Eemhaven op de schop zou gaan, kreeg het beeld ‘De Zakkendrager’ eerst een voorlopige standplaats bij het woonzorgcentrum Puntenburg. (Toen de herinrichting van de haven klaar was, wilden de bewoners van De Puntenburg geen afstand doen van hun beeld en zijn daar een campagne begonnen voor een nieuw beeld: ‘de treinconducteur’).

De Zakkendrager kreeg nu een mooi plekje aan de Kleine Koppel; hij ‘kijkt’ naar de plek waar het Sasje ooit lag. In het moderne profiel van de inrichting van de Eemhaven is een klein historisch dwarsprofiel aangelegd, met op de Kleine Koppel De Zakkendrager als middelpunt; en op de Grote Koppel een oude openbare waterpomp. Het geheel wordt gemarkeerd met passende  spreuken in trottoirbanden. Dat is voor de Sassianen een geweldige erkenning. Daarop volgde een actie van Arie Terschegget (De Witte) die een vergroot beeld van een witte postduif plaatste op een van de palen in het water bij de langzaam-verkeersbrug tussen de Grote- en de Kleine Koppel. Dat mocht eigenlijk niet van de gemeente, maar het is toch wel voor elkaar gekomen. (Dat was in het Amersfoortse feestjaar 2009: 750 jaar stad.)  De duif heeft eerst nog een tijdje boven op de Koppelpoort gestaan. Die markante langzaam verkeersbrug met scheepsmasten zou eerst de Koopmansbrug moeten heten, maar  de brug werd later toch de Sasjesbrug genoemd’).   Aan een bewaard gebleven ‘peur’ (een gemetseld stenen zuil) van de omheining van de voormalige zeepfabriek ten noorden van de Eemlaan, werden allerlei herinneringen bevestigd, daar ontstond dan ook een ontmoetingsplaats voor de oud-Sassianen en ieder die daarbij wilde horen. En zeer recent kregen zij daar een hufterproof clubhuisje ‘Lisa’.

2.    Foto-en-route                                                                                                                                                                                                                    De gemeente wilde (eind jaren negentig) dat er in het Soester kwartier zou worden nagedacht over hoe de wijk in 2015  er uit zou moeten zien. Daartoe is destijds een zogenaamde scenariogroep in het leven geroepen.   Eén van de bewoners van het Soesterkwartier  die zich met die vraag  (binnen de scenariogroep) wilden bezighouden was Sjaak (Jacques) van der Heiden, een kritische en betrokken wijkbewoner die op allerlei vlakken actief was in de wijk. Hij merkte in die groep op:  “nou zitten we hier wel allemaal na te denken over de toekomst; laten we daarbij toch vooral ook het verleden niet vergeten!” Op initiatief van Jacques is er toen een fotogroep opgericht die o.a.  in een ruimte van de (voormalige) Henricuskerk een fototentoonstelling heeft georganiseerd over de wijk. Voor die  tentoonstelling was zeer veel belangstelling! Ook na deze tentoonstelling heeft de werkgroep ‘Foto-en-route’  dan ook nog overal in de wijk foto’s geëxposeerd. Het waren vooral foto’s  van hoe een bepaalde plek er vroeger uitzag. Dit initiatief bracht met zich mee dat wijkbewoners belangstelling kregen en met nog meer oude foto’s  kwamen aandragen. Er werd een routekaartje gedrukt om de locaties  waar deze historische foto’s waren opgehangen gemakkelijk te kunnen vinden. De Wijkwinkel ondersteunde het project. De mensen van de Wijkwinkel stelden in hun gebouw ook expositieruimte en bergruimte voor de groep ter beschikking. We kochten van museum Flehite een paar afgeschreven vitrines, die daarna een plekje kregen toebedeeld in de ontmoetingsruimte van de Wijkwinkel.

Ook de etalage van de Wijkwinkel werd als expositieruimte benut.  Arcadis schonk de werkgroep een computer en een scanapparaat. Door het enthousiasme over dit project, werd het idee om een Wijkmuseum te starten steeds breder uitgedragen. Aan de oprichting van dit Wijkmuseum ‘avant la lettre’ in het de Wijkwinkel  is eerst nog de uitgave van een boek over het Soesterkwartier voorafgegaan. Aangemoedigd door het succes van de tentoonstellingen in de buurt, is er namelijk een werkgroepje gevormd met als doel om een fotoboek uit te geven.

In 2004 verscheen het boek ‘Dit is het Soesterkwartier, van verleden tot heden’ van de werkgroep Foto-en-route, gesteund door het WBT, het Opbouwwerk in de Wijkwinkel, stichting Amersfoortse Publicaties, woningbouwcorporaties, etc. De toenmalige Wijkwethouder Piet Jonkman schreef in het voorwoord dat het indrukwekkend is dat er in de ruim 100 jaar dat het Soesterkwartier bestaat, al zoveel is veranderd en dat er zowel binnen de wijk -en in sterkere mate daaromheen- nog zoveel zal veranderen; dat het goed is om beelden van vroeger te bewaren voor nu en voor later, als een tijdsbeeld. “Want iemand uit het Soesterkwartier houdt van zijn wijk en is bereid om mee te groeien, maar staat ook schouder aan schouder voor het behoud van datgene wat de wijk kenmerkt”.   Ik heb de tekst voor zo’n tweetal hoofdstukken aangeleverd, heb veel foto’s verzameld en ben naar allerlei mensen en organisaties gegaan om informatie op te halen en te zorgen dat het boek er ook echt kwam. Het was in die tijd zo’n beetje een dagtaak voor me. Al gaandeweg heb ik hier veel van geleerd. Vaak zie je dat mensen in een groep wel iets tot stand willen brengen , maar dat de definitieve stap niet wordt gezet. Ik ben iemand die in zo’n  geval vaak de knoop doorhakt.  Ik  ga dan recht op mijn doel af, dat zit in mijn aard. Toen het boek er eenmaal was, hebben we  meer dan twee jaar gedroomd en nagedacht over de mogelijkheid om nu daadwerkelijk ook zelf een museum op te richten. Onze vergaderingen noemden we ‘museumgedachten’. Tussendoor organiseerden we tentoonstellingen op diverse plekken in de wijk en gingen we op verschillende plekken in het land kijken hoe het daar was georganiseerd.  In de Emmaüskerk organiseerden we informatiebijeenkomsten om publiciteit aan ons idee te geven.

Het ‘pop-up’ Wijkmuseum in de Wijkwinkel aan de Noordewierweg werd al geopend op 9 januari 2008.

Wethouder Arriën Kruyt in zijn openingsspeech (2008):  

“Ik voorspel dat het Soesterkwartier zal veranderen van een traditionele arbeiderswijk in een wijk, waar zowel arbeiders zich thuis voelen als creatieve tweeverdieners Ik voorspel dat het Soesterkwartier straks de beste restaurants van Amersfoort zal hebben Ik voorspel dat de leukste ateliers in het Soesterkwartier zullen komen. Ik voorspel dat de Soesterweg de straat wordt waar mensen graag willen wonen.

Het Soesterkwartier gaat een ontwikkeling tegemoet die de Utrechtse wijk Lombok heeft doorgemaakt, maar het Soesterkwartier zal Lombok naar de kroon steken.” De wethouder verwijst naar de ontstaansgeschiedenis van het Soesterkwartier als de eerste echte arbeiderswijk in Amersfoort, hij vindt het een eer dat hij als wethouder van Cultuur dit wijkmuseum mag openen en hij ziet zich staan in de voetsporen van socialistische voormannen als Noordewier, Huslage en de Wilde.

Hij concludeert: Een wijk met zo’n geschiedenis verdient een museum. Een wijk met zo’n toekomst verdient een museum.

Wethouder Arriën Kruyt voor het schilderij ‘Soesterkwartier’ (eigendom Dico Kuiper). Dit schilderij is speciaal voor de gelegenheid van de eerste opening van het Wijk-museum, toen nog in de Wijkwinkel, gemaakt door de Amersfoortse kunstenaar Norbertus.
  1. Het Wijkmuseum komt er echt. Op 23.12.2008 werd de stichting Wijkmuseum Soesterkwartier dan eindelijk officieel opgericht. Het bestuur van de Stichting bestond op dat moment uit vijf mensen, ik werd voorzitter. Het hoefde voor mij niet zo nodig, maar het moest van de anderen. Toen enkele jaren later de wijkwinkel door de SWA (Stichting Welzijn Amersfoort) werd gesloten, heeft de gemeente (zo bleek later) ter overbrugging aan de SWA een extra subsidiebedrag verstrekt om de Wijkwinkel  nog een tijdje extra beschikbaar te houden. De SWA kwam later met het bericht dat Woningbouwcorporatie Portaal een huisje ter beschikking wilde stellen voor het museum. Het huisje Bonifaciusstraat 61 werd gerenoveerd en is daarbij zoveel mogelijk teruggebracht in de staat waarin het in de jaren 1912-1914 was gebouwd.  In de tuin  van het huisje bouwde Portaal een atelier voor een kunstenaar, om daarmee nog inkomsten uit de verhuur te kunnen ontvangen. Er kwam echter  geen huurder. Aanvankelijk gebruikten wij die ruimte incidenteel voor het museum, maar tenslotte kwamen wij overeen met Portaal dat wij tegen een maatschappelijke huurprijs per maand over het atelier en de museumwoning konden beschikken. Nu moeten we  circa € 300,-  per maand daarvoor opbrengen, plus nog de kosten van elektriciteit  en dergelijke. Het atelier werd de expositieruimte waarin wij al veel succesvolle thema-exposities hebben georganiseerd. De officiële opening van de Museumwoning in de St. Bonifaciusstraat vond plaats in september 2012.  Voor mij is het Wijkmuseum een plaats waar de wijkidentiteit van het Soesterkwartier zichtbaar wordt gemaakt en waar wijkbewoners die gevoelens van identiteit ook sterker kunnen beleven. Ik zie dat mensen daarbij ook persoonlijk groeien. Dank zij het Wijkmuseum, de diverse giften vanuit de wijk aan het Wijkmuseum (in de vorm van objecten met beschrijving; en de verhalen over de geschiedenis van bewoners en de ontwikkeling van de wijk) is het mogelijk om een rol spelen  bij de versterking van gevoelens van eigenwaarde van de wijk. Het Wijkmuseum kan je volgens mij  dan ook zien als een instrument voor de emancipatie  van het Soesterkwartier, een  interessante en vitale wijk van Amersfoort!                                                                                                                                                                                                    Gesina Tuinstra, bewoner van de binnenstad,  meldde zich in januari 2011 aan als vrijwilliger in ons museum. Zij bracht haar collectie oude gebruiksvoorwerpen in, om de museumwoning in te richten. Zij deed dat zo goed, dat we haar de regie over de inrichting over de gehele woning toevertrouwden. Zij vervult de rol van conservatrice en werd daarmee een rijke aanwinst voor het museum. Als oud-bewoners van het Soesterkwartier in ons Wijkmuseum op bezoek komen, vinden zij  het Wijkmuseum meestal heel bijzonder en ze komen er dan graag voor uit dat ze er trots op zijn dat hun wortels in deze wijk liggen. Vanuit de kennissenkring van Roel Buitenhuis, één van de medeoprichters van het Wijkmuseum, is in de periode dat we nog in het gebouw van de Wijkwinkel zaten een nieuwe medewerker in het Wijkmuseum geïntroduceerd. Een vrij gesloten en naar binnen-gerichte  man. Hij is binnengehaald als computerdeskundige om de collectie objecten en foto’s elektronisch in kaart te brengen. Hij heeft nauwgezet die rol opgepakt en heeft inmiddels de positie van  ‘onmisbare’ vrijwilliger verworven. Ik vind het mooi als mensen uit de wijk een bijdrage willen leveren aan het Wijkmuseum.  Een wijkbewoner heeft per definitie altijd een bepaalde deskundigheid. Dan gaat het daarbij om zijn of haar bijzondere verhaal en kennis van de geschiedenis van de wijk. Dat is ook het geval als mensen uit de wijk spulletjes uitlenen voor een expositie of deze schenken aan het museum.  Zij kunnen hier ‘landen’ met hun warme wijkgevoelens. Een voorbeeld? Ik kreeg van de dochter van een ex-medewerker van de Wagenwerkplaats (afdeling onderhoud)  een kistje met sleutels dat hij nog van vroeger in zijn bezit had. De sleutels waren bij de sluiting van de Wagenwerkplaats overbodig geworden. Met die sleutels kon hij indertijd bij een onverwacht incident dag en nacht overal bij. Haar vader is inmiddels overleden. Zij kon het niet over haar hart verkrijgen die sleutels zo maar weg te gooien. Ze vindt dat die sleutels in het Wijkmuseum in goede handen zijn. En ze heeft gelijk. Het gaat natuurlijk niet om die metalen sleutels op zich.  Het gaat om het verhaal dat daarachter zit. Dat moet schriftelijk vastgelegd worden om doorverteld te kunnen worden.
Sleuteldoos JS interview

Ik heb de sleuteldoos nog niet overgedragen aan het Wijkmuseum. Hoewel ik er wel van verzekerd ben dat de sleutels goed gedocumenteerd en  opgeborgen zullen worden, mis ik nog de zekerheid dat dit bijzondere verhaal ook dóór-verteld zal blijven worden. Ik wil het vertrouwen van de dochter niet beschamen. Ik ben nu van  plan om dit verhaal eerst eens goed op te schrijven en het daarna toe te voegen aan de doos met sleutels,  Kort samengevat kan je zeggen dat het Wijkmuseum een ‘ankerplaats’ is, waar de geschiedenis van de wijk verankerd kan worden. Die term ‘ankerplaats’ hoorde ik op het Stadhuis tijdens de beginperiode van het Wijkmuseum. Ik vind dat een mooi beeld. En ik zie het ook voor mijn ogen gebeuren!

Mijn rol bij  het ontstaan van initiatieven als die van het Wijkmuseum (maar ook bij sommige andere initiatieven in andere groepen) zie ik als volgt : Ik ben lid van een groep die van plan is iets tot stand te brengen. Maar ik merk dan ook dat het soms heel moeilijk is om als groep een eerste definitieve stap te zetten naar de verwerkelijking van het initiatief. Ik zeg dan:  “Er moet nu werkelijk iets gebeuren. Klaar af!” Ik creëer daarmee een deadline voor de hele  groep , waardoor er beweging ontstaat.  Er is in zo’n geval  dan echt iemand nodig die even doorzet en de vaart er in houdt. Als het initiatief dan ook inderdaad van de grond komt, voelt de groep zich sterker. Het zelfvertrouwen neemt daarna toe.  Het betekent dat ik in zo’n geval tegen wil en dank er een schepje boven-op heb gegooid. Ik zet me natuurlijk ook in omdat ik het leuk vindt; maar dat niet alleen. Ik  doe het vooral omdat ik daarmee de groep versterk. Mijn inzet is toch vooral daarop gericht, dat de kennis van de wijkbewoners en het zelfvertrouwen en het zelfbewustzijn in de wijk versterkt wordt, zodat de inwoners trotser worden op wat wij zijn en wat wij tot nu toe samen hebben bereikt. In het geval van het Soesterkwartier zie ik de positieve ontwikkeling die in gang gezet wordt óók als  een tegenwicht tegen het negatieve imago, dat het Soesterkwartier (nog) heeft bij de Amersfoortse elite.

Begin januari 2016 heb ik het voorzitterschap van de stichting Wijkmuseum Soesterkwartier opgegeven. Het werd mij  langzamerhand duidelijk dat ik andere bestuursleden in die functie teveel voor de voeten loop, dat wil ik niet. Dat zie je wel vaker, als een bepaalde  rol als pionier is uitgespeeld. Ik probeer nu mijn bijdrage voor  zover die nodig is nog te leveren, maar dat is nu onlangs wel moeilijk geworden omdat ik vrij onverwachts mijn sleutels heb moeten inleveren. De reden is (denk ik) dat het bestuur mij verwijt dat ik mij nog steeds met alles bemoei en  mij zelfs verdenkt te snuffelen in de papieren en mogelijk zelfs ook in de  computer van het Wijkmuseum. Dit ontslagmoment is voor mij wel heel  erg ‘hard’. Je zet je in om de gemeente en de gemeenschap te betrekken  bij het Wijkmuseumproject. We hebben destijds een startsubsidie gevraagd en het is ons gelukt om die subsidie te krijgen. Ik meen dat het (die eerste keer) betrekking had om een flink bedrag van € 10.000,–. Met dat geld hebben we o.a. in samenwerking met Archief Eemland kunnen werken aan gewerkt  scholing van vrijwilligers voor het deelproject Oral History.

Op de keper beschouwd denk ik dat de gemeente  Amersfoort ons Wijkmuseum wel waardeert, maar echter alleen zolang  als het de gemeente zelf goed uitkomt. Ik mis toch eigenlijk een voortdurende betrokkenheid vanuit het stadhuis. Er is – voor zover ik weet- geen gemeentelijk beleid gevormd m.b.t. een specifieke rol van de wijken bij het zelf vastleggen van de geschiedenis van de eigen wijk  en ik ken  eigenlijk ook geen  beleidsstukken in de gemeente die met het onderwerp geschiedschrijving te maken hebben. Behalve dan misschien het beleid m.b.t.  musea,  archeologie en monumentenzorg (afdeling cultuur).  Voorheen, pakweg tien jaar geleden, was de directeur van het archief daarin wel redelijk actief.   Als je zoekt naar mensen in Amersfoort die zich daarmee nu nog wel bezig houden, kom je misschien uit bij Gerard Raven van museum Flehite. En natuurlijk ook bij de Oudheidkundige vereniging Flehite.  Ik meen echter toch wel wat sporen van ‘concurrentie-gevoelens’ waar te nemen bij vertegenwoordigers van Museum Flehite en Archief Eemland. En ik heb ook wel eens de indruk dat voor de gemeente het hemd (Flehite & Archief Eemland)  nader is dan de rok (Wijkmuseum Soesterkwartier). Zie ook: Belgenmonument, hierna. Zoals ik bij Siesta een vruchtbaar werkcontact had met Max Cramer; en bij de Wagenwerkplaats met Heino Abrahams, is een dergelijke goede warme werkrelatie met de gemeente niet ontstaan ten opzichte van het Wijkmuseum. Misschien moet ik nog verder gaan en stellen, dat men op het Stadhuis niet en in ieder geval niet voldoende investeert  in de ontwikkeling van een wijkidentiteit van de verschillende wijken. Mijn ervaring is, dat het  beleid wat betreft cultuur en cultuurontwikkeling in de wijken in Amersfoort heel erg top-down gericht is. De gemeente bepaalt wat goed is en hoe het moet. De gemeente is ook niet geïnteresseerd (vgl. de Stadsberichten of de website van het archief – je zult daarin nauwelijks iets over het Wijkmuseum aantreffen). Dat was tien jaar geleden wel heel anders. In die tijd speelde Theo van der Hoeven in de wijk Kruiskamp een belangrijke rol. Erg jammer dat die boodschap helemaal vergeten is.

Het Wijkmuseum Soesterkwartier bood mij in ieder geval een bijzonder platform voor mijn zoektocht naar de geschiedenis van het Soesterkwartier. Het museum geeft daar nu in het vervolg zonder mij verder vorm aan. Het fascineert mij, dat in het Soesterkwartier de lokale arbeidersgeschiedenis nog zo goed te bespeuren is. In een groot deel van de bewoners lééft die geschiedenis en het besef van de eigen identiteit, nog in zeer grote mate; ondanks (misschien zelfs dankzij?) import van nieuwe wijkbewoners . Met het Wijkmuseum heeft het Soesterkwartier een voorsprong op de rest van de bewoners in de andere wijken van de stad.  Ik ben trots op het Wijkmuseum en ik ben blij dat ik daarin een aandeel heb gehad.

Belgenmonument (2012 – 2016)        

Nicole Estejé is een zzp-er,  een juriste, die zich in Amersfoort als actief betrokken burger bezighoudt met van alles wat te maken heeft met burgerschap en de relatie tussen overheid – burgers en burgers onderling, zoals de Dag van de Dialoog en democratielessen op de basisschool. En ook met het Belgenmonument. Nicole was begeleider van een klein contingent Nederlandse jongeren  in de Trein der 1000: duizend jongeren uit heel Europa die samen (in een lange trein) vanuit Brussel naar Auschwitz zijn gegaan. Zij kwam op die reis in contact met het Belgische Veteraneninstituut, de organisator van de Trein der 1000 en onderdeel van het Belgisch ministerie van Defensie. Haar medereiziger uit Nederland, Hein van Kasbergen, vertelde over het Belgenmonument en dat dit monument in de WOI gebouwd was door geïnterneerde Belgische militairen. Het Veteranen-instituut wist hier niets van. Ruim een jaar heeft zij uit interesse en betrokkenheid een en ander uitgezocht, heeft contact gezocht met de gemeente en een paar keer met  Max Cramer (architectuur-historicus bij de gemeente) gesproken.  Daarna is  zij op zoek gegaan naar een aantal maatschappelijk betrokken mensen, waaronder ik en ze heeft deze mensen uitgenodigd om haar initiatief te steunen.  Zo ontstond het begin van de Burgerwerkgroep Belgenmonument.

Nicole heeft namens het Belgische Veteraneninstituut Burgemeester Bolsius uitgenodigd om België met het  oog op de komende herdenkingen te bezoeken. De Amersfoortse delegatie, bestaande uit Burgemeester Bolsius, wethouder Pim van den Berg, enkele ambtenaren, leiding en jongeren van Future of Fame, Nicole en enkele leden van de kersverse Burgerwerkgroep Belgenmonument zijn in november 2013 met een busje naar België gereden en vervolgens heeft een Belgische delegatie op haar beurt in februari 2014 een tegenbezoek aan Amersfoort gebracht. Bij die laatste gelegenheid is het Belgenmonument, het Wijkmuseum Soesterkwartier en Museum Flehite bezocht. Daar is ook een gesprek gevoerd. De gehele uitwisseling is door de jongeren van Future of Fame op film vastgelegd. Voor een korte samenvatting, zie: https://www.youtube.com/watch?v=pLiWmi2vl2g

Nicole wilde meer jongeren betrekken bij het Belgenmonument. Zij heeft daarover gesproken met de ambtenaren Max Cramer en Rob Weeda. Er was een cultuurcontract in de maak tussen de provincie en gemeenten, waaronder Amersfoort.  Daarvoor werd Nicole ook uitgenodigd.  Ik neem aan dat die samenwerking  de folder op ‘Plaatsen van herinnering’ heeft opgeleverd.  Daarin is het Belgenmonument opgenomen.  Verder heeft de provincie uit het Parelfonds een bedrag van € 600. 000,– beschikbaar gesteld, net als Amersfoort, waardoor voor de noodzakelijke renovatie van het grootse oorlogsmonument van Nederland 1,2 miljoen euro beschikbaar kwam. Nicole wilde in het klooster OLV ter Eem een informatiecentrum  opbouwen voor het Belgenmonument. Op 5 juni 2014 organiseerde zij een lezing in het klooster over het Belgenmonument. Daar vertelde Rob Weeda over de renovatieplannen, de film van Future Of Fame werd vertoond, er waren 30 mensen die zich interesseerden voor het Belgenmonument. We maakten daar ook kennis met Hans Zijlstra, die  vertelde dat hij een boek over het monument aan het schrijven was. Daar, tijdens die bijeenkomst, werd de Burgerwerkgroep Belgenmonument uitgebreid, die wilde iets gaan doen rond de Eeuwviering van het monument in 2016. Omdat de gemeente (mogelijk vanwege het plotselinge provinciale toezicht op de financiën van de gemeente) niets meer van zich liet horen over de voortgang van de plannen, organiseerde de Burgerwerkgroep op 10 januari 2015 een bijeenkomst met uitgenodigde raadsleden in  het Oude Stadhuis. Hier gaf Nicole een overzicht van wat er eerder al ondernomen was en zij sprak haar zorg uit dat de gemeente zich alleen lijkt te richten op de renovatie van het monument en geen aandacht schenkt aan de noodzaak om de herdenkingswaarde van het monument te versterken. Zij wijst er op dat de Belgen de gemeente een brief stuurden, maar dat de gemeente alleen antwoordt over de voorgenomen renovatie. De Burgerwerkgroep heeft daarom de raadsleden uitgenodigd om hun ongerustheid uit te spreken. De raadsleden vroegen de Burgerwerkgroep om hun plannen duidelijker naar voren te brengen. Aan het einde van de bijeenkomst deelde Nicole mee dat zij haar werk voor de Burgerwerkgroep moet beëindigen, gezien haar vele werk buiten de stad. Zij had mij tevoren wel gezegd dat zij dat van plan was, maar niet dat ze dit tijdens deze bijeenkomst naar voren zou brengen. Zij had mij wel gevraagd om die bijeenkomst voor te zitten omdat ze met die rol moeite had. Zij kon zich niet verenigen met de restauratie van het monument, zonder dat gewerkt wordt aan een nieuwe invulling van de herdenkingswaarde van het monument in de huidige en komende tijd. Daar zat ik met mijn goeie gedrag. Ik voelde me wel verantwoordelijk voor de voortgang van de Burgerwerkgroep Belgenmonument. Daarom heb ik daarna een enquête gehouden onder de leden van de Burgerwerkgroep en aansluitend heb ik met een aantal van die leden gesproken over wat zij in de  werkgroep tenslotte wilden ondernemen. Mijn conclusie was: de betrokkenheid van de leden is te divers. Mede door de ‘radiostilte’ die de gemeente inzake de activiteiten rond de herdenking van het monument in acht had genomen, was de belangstelling van de leden verflauwd en het was ons ook nog niet gelukt om de energie van de groep te focussen op een of enkele plannen. Han Gerlings wilde een door vrijwilligers bemenst informatiepunt over het monument inrichten aan de Utrechtseweg, zodat alle Belgen en andere belangstellenden goed zouden kunnen worden opgevangen. Dat plan wilde ik wel steunen.

We keken naar de watertoren als plek voor het informatiecentrum en toen we hoorden dat de stichting ‘De Wegh der Weegen’ ook een oogje op die toren had laten vallen, hebben we eerst met hen -en daarna samen mét hen- contact gezocht met één van de gegadigden voor de aankoop van deze toren. Want inmiddels was Han gebleken dat de waterleidingmaatschappij Vitens de watertoren wilde afstoten. Han heeft daarover een brief geschreven aan de gemeente, ook daarop kwam geen antwoord. Inmiddels hadden wij met De Wegh der Weegen en de gegadigde partij een plan gemaakt voor het multifunctioneel gezamenlijk gebruik van de toren.  Toen het zover was, hebben we een gesprek met de wethouder gevraagd, maar die werd afgeschermd. Wij dachten toen nog dat het om de kersverse wethouder Yvonne Kemmerling zou gaan; en begrepen wel dat zij wat tijd nodig had om zich in te werken. Elly van Eijk, teamleider cultuur nodigde ons uit en vroeg om ons plan op papier te zetten.  Omdat het plan ook op het terrein van toerisme lag, heeft Elly haar collega van toerisme en de directeur van de VVV betrokken bij een vervolggesprek. Zij bleken geen behoefte te hebben aan een opvangplek voor bezoekers  en meenden dat de receptie van het Berghotel  in een eventuele behoefte zou moeten kunnen voorzien. Het bleek dat ons plan vanuit een ander perspectief voortkwam dan het perspectief van de gemeente. Voor de gemeente was het perspectief: Belgenmonument herstellen en dan is aan de opdracht van de gemeenteraad voldaan. Terwijl wij er van uitgingen dat Amersfoort het eeuwfeest van het monument zou willen benutten om het op gang gekomen bezoek van Vlaamse toeristen aan Amersfoort een nieuwe impuls te geven. En om de betekenis van het monument te verbreden, naar ook: het bieden van gastvrijheid aan hedendaagse vluchtelingen. Gastvrije stad. Han en ik hebben daaraan een kater overgehouden. Ik heb in De Ronde mijn teleurstelling uitgesproken en daarop heeft wethouder Bertien Houweling ons uitgenodigd  voor een gesprek. Het is ons nu duidelijk dat de gemeente en wij op verschillende sporen zaten. Wethouder Houweling heeft het betreurd dat wij niet eerder gehoor hadden gekregen bij de gemeente over wat ons bezighield. Nicole sprak over een Burgerwerkgroep en wij namen ten onrechte aan dat wij met een burgerinitiatief bezig waren, maar achteraf gezien realiseer ik mij dat  Nicole dit nooit als een burgerinitiatief heeft ingediend. En dat is de weg die bewandeld moet worden om te kijken of de gemeenteraad zich achter jouw initiatief wil scharen.

Door Nicole ben ik geïnteresseerd geraakt in  de opvang van Belgen tijdens WO1 in het Soester-kwartier. Bij het bezoek van de Belgen aan Amersfoort (zie hierboven) heb ik in het Wijkmuseum verteld dat in de Bonifaciusstraat  van de 80 woningen (1 op de 3) bewoond is geweest door Belgische vluchtelingen. Ik heb ontdekt dat dit deel van de wijkgeschiedenis in de vergetelheid is geraakt en dat niemand in de wijk daarover nu iets kan vertellen. Dat moet worden uitgezocht en daarna in het wijkmuseum worden doorverteld.  Mijn bedoeling was om dit te koppelen aan de feestelijkheden rond de viering van 100 jaar Belgenmonument.

joke Sickmann,   september 2016;              opgetekend door Han Gerlings